Onze verhalen
Relatiewerk in bedrijf

Petra is de jongste dochter in een gezin van vier kinderen. Sinds haar ouders een bedrijf overnamen, hebben zij en haar broers altijd meegeholpen in het familiebedrijf. Vader is al die jaren hét gezicht naar buiten, moeder blijft achter de schermen. Nu Petra volwassen is, werkt zij zelf in het bedrijf, samen met één van haar broers. De andere broers hebben een carrière daarbuiten, maar zijn betrokken als aandeelhouders.

Petra worstelt met haar positie in het geheel.

‘In mijn familie wordt heel weinig over emoties gesproken. Mijn vader is daar erg dominant in en mijn moeder kan er niet tegenop. Het gaat altijd over het bedrijf, terwijl er in ons gezin best moeilijke dingen spelen onderling. Als jongste van de vier voel ik vaak aan waar iets niet helemaal lekker loopt, en probeer dan te helpen. Hier werd door mijn ouders ook dankbaar gebruik van gemaakt; ik werd vaak op de ruzies tussen mijn broers afgestuurd om te sussen en te bemiddelen. In de organisatie gaat het al net zo. Ik werk in een mannenbedrijf, en als vrouw kan ik daar soms in de communicatie het verschil maken. Tegelijkertijd wordt mij al jaren verteld dat ik niet zo gevoelig moet zijn. Dat ik me dingen minder moet aantrekken, minder tijd moet besteden aan gesprekken, me minder kwetsbaar op moet stellen. Ik ga daardoor erg aan mezelf twijfelen. Ik werk ontzettend hard, maar krijg er weinig waardering voor … Het lijkt alsof mijn bijdrage niet gezien wordt.

Petra worstelt met de vraag hoe ze zichzelf kan blijven in een omgeving waar ze tegenstrijdige boodschappen krijgt. Zoals veel vrouwen heeft ze het gevoel haar identiteit te verliezen in het krachtenveld met veel mannelijke collega’s – in Petra’s geval ook mannelijke familieleden. Wat gebeurt er precies met de ‘vrouwelijke identiteit’ in een context van samenwerking met mannen? Hoe kan het dat ze zo hard werkt, en dat het niet gezien wordt?

Joyce Fletcher, een Amerikaanse hoogleraar op het gebied van gender en macht, heeft hier een interessant boek over geschreven: Disappearing Acts.

Een centraal concept uit het boek is relational practice: gedrag gericht op de groei van anderen, verbetering van relaties. Een theorie uit het boek is dat vrouwen in hun socialisering worden aangemoedigd om de verantwoordelijkheid voor relationele groei op zich te nemen, en mannen worden aangemoedigd die te ontkennen. Relational practice is werk dat onzichtbaar gedaan wordt, terwijl de mythe van onafhankelijkheid en individuele prestaties gehandhaafd blijft.

Fletcher beschrijft hoe aan relationeel werk (relational practice) betekenis wordt gegeven in mannenorganisaties. Hoe wordt dit ontastbare werk, dat wel nodig is voor de voortgang van projecten, gewaardeerd? Voorbeelden van relationeel werk zijn: helpen zonder er iets voor terug te vragen, empathie tonen, gevoel voor de emotionele context tonen, voorkomen van conflicten. Maar ook: tijd maken, investeren in relaties, complimentjes geven, creëren van een veilige werkomgeving, schrijven van bedankbriefjes.

Fletcher vond als uitkomst dat dit relationele werk niet als ‘echt werk’ wordt beschouwd, maar actief wordt ‘weggemaakt’. Ze onderscheidt drie ‘acts’ waarmee relationeel werk wordt weggemaakt.

  • Relationeel gedrag wordt geattribueerd als gekte, slapte, of naïeve persoonlijkheidstrek in plaats van een strategie om je doelen te bereiken. Denk aan Femke Halsema die door Wilders als incompetent wordt neergezet door te gaan ‘theedrinken met Marokkanen’. Een bewust ingezette strategie van Halsema wordt hiermee weggemaakt.
  • Relationeel gedrag wordt vaak benoemd in woorden geassocieerd met de privésfeer en vrouwelijkheid. Denk aan het aardig bedoelde ‘meisje’ dat veel vrouwen nog steeds als begroeting horen. Dit devalueert de organisatorische betekenis die het werk krijgt.
  • Vrouwen die relationeel gedrag vertonen, gedragen zich volgens het genderstereotype. Ze komen hiermee in de double bind: of je bent een goede vrouw die gedevalueerd wordt als collega (meisje), of je bent een collega die gedevalueerd wordt als vrouw (bitch).

Deze Disappearing Acts ofwel verdwijntrucs, doen zowel mannen als vrouwen die veel relationeel werk verzetten tekort.

Petra herkent er een heleboel van. ‘Ik heb inderdaad soms het gevoel dat ik gek ben. Ik ben ’t zat om iedere keer te worden weggezet als té emotioneel.’ Petra beraadt zich op haar route in het familiebedrijf. Ik vermoed dat zij geen erkenning gaat krijgen op haar bijdrage. Misschien is het tijd voor een nieuwe stap.